En toen ging het los…

D worstelde al vroeg in onze relatie met een angststoornis die zich uitte in straatvrees. Dat was voor ons beiden niet makkelijk, maar met behulp van medicijnen en therapie werd het een draaglijke situatie. D kon zelfstandig in de buurt rondscharrelen en naar haar werk, familiebezoekjes deden we altijd samen. Ik bracht haar weg en haalde haar op als ze afspraken buiten haar veilige zone had.

Soms kon ik haar beperkte actieradius moeilijk accepteren. Ik probeerde haar te stimuleren om er tegen te vechten, maar meestal had dat een averechts effect. Ik accepteerde de situatie en probeerde voor haar te zorgen. Het was voor haar tenslotte moeilijker dan voor mij.

Haar baan bij een ambitieus architectenbureau en haar sterke verantwoordelijkheidsgevoel, veroorzaakte in combinatie met haar straatvrees een burn-out die haar gedeeltelijk arbeidsongeschikt maakte. Na een traag proces bij UWV vond ze hulp bij een reïntegratie-therapeut, die op een dag het volgende vroeg:

Moet jij niet eens gaan genieten van het leven en zorgen dat je, als je straks 80 bent, geen spijt hebt van dingen die je niet hebt gedaan?

Ik was D’s eerste vriendje en haar enige sexuele relatie tot dan toe. Daar had ze soms spijt van. En toen haar therapeut er over begon, was dat het eerste wat ter sprake kwam.

Na avonden praten en afstemmen, kwamen we tot een overeenstemming: we zouden onze relatie openbreken. We mochten part-time omgang zoeken met anderen. Daarbij hielden we elkaar aan één belangrijke regel:

We vertellen elkaar álles wat we van elkaar willen weten.

We vertrouwden elkaar volledig. Niets of niemand zou ons ooit uit elkaar krijgen, wij waren voor altijd bij elkaar. Ik was trots op D, dat ze dit durfde. Dit zou geweldig voor haar zelfvertrouwen zijn, én voor ons vastgelopen seksleven.

Ik was blij met onze afspraak en de enorme vrijheid die ik hierdoor kreeg. Ik kon contact zoeken, flirten, spelen en vrijen met wie dat maar wilde. Wat een vrijheid!